Een liturgie zonder (klein) gloria

In twee perioden in het jaar is er een oude liturgische traditie om geen lofliederen te zingen. Het betreft Advent (de tijd voor Kerst) en de Veertigdagentijd (de tijd voor Pasen). Hoe richt je de liturgie in als het gloria wegvalt?

Ingetogen liturgie

Tijdens Advent en de Veertigdagentijd bereiden we ons door middel van bezinning voor op een kerkelijke feestperiode. De liturgie is dan ingetogener dan in de rest van het jaar, de liturgische kleur is in beide perioden paars. De ingetogenheid concentreert zich op het moment van kyrie en gloria, aan het begin van de dienst. Iedere week wordt in de kerken die een oecumenisch-protestantse orde van dienst volgen, gebeden voor de nood van de wereld én wordt Gods naam geprezen omdat zijn barmhartigheid geen einde heeft. Kyrie en gloria zijn altijd met elkaar verbonden als twee zijden van één medaille.

Vaak is een kyriegebed een gesproken gebed om ontferming, dat direct met een glorialied wordt afgetroefd. Niet omdat de positiviteit het wint van de zorgen, maar het vertrouwen in Gods genade heeft het laatste woord. Dat het eerste gesproken is en het tweede gezongen, is echter geen regel. Omgekeerd is ook denkbaar, maar vaker dragen zowel kyrie als gloria een gezongen element in zich.

Muzikale overgang

Een kyriegebed kan worden afgesloten met een gesproken of gezongen ‘Heer ontferm U – Christus ontferm U – Heer, ontferm U’. Liedboek en Dienstboek bieden een keur aan varianten. In het Liedboek zijn de nummers 299a-k een combinatie van kyrie en gloria, waarbij het gloria in de meeste gevallen weggelaten kan worden zonder de muzikale compositie geweld aan te doen. 300a-c vormen vervolgens heel uitgebreide kyrie-litanieën. En 301a-k vormen elk een kyrie op zich. Op het eerste gezicht lijkt die laatste categorie dus geschikt voor de Veertigdagentijd. Na het gesproken of gezongen kyrie volgt doorgaans het gesprekje met de kinderen of het gebed bij het begin van de dienst van het Woord. Als men dit volgt, is er in ieder geval iets van een muzikale overgang tussen gesproken woord en het volgende gesproken woord.

Misverstand

De eredienst in de paarse tijden soberder maken, kan worden uitgedrukt door de uitvoering sober te maken. Dat maakt het contrast met de daaropvolgende feestelijke periode scherp, waarbij het dan ineens opvalt dat de lofzang – na wekenlang niet te hebben geklonken – weer voluit klinkt. Maar het is niet de opzet om het zingen op dit specifieke moment in de dienst af te wijzen. Dat veronderstelt dat alle zang lofprijzing of alle muziek vrolijkheid zou zijn. Dit misverstand komt nogal eens voor. Muziek kan zowel de lofprijzing als het smeekgebed dragen. Muziek kan alle intenties, gevoelens en emoties dragen.

Hoe kan het ook?

Advent en de Veertigdagentijd nodigen ertoe uit zorgvuldige aandacht te besteden aan het kyrie. De nood van de wereld lijkt nog naakter en kwetsbaarder als ze benoemd wordt zonder de balans van God barmhartigheid. Alleen naar de ontferming wordt hartgrondig verlangd. Het kyrie moet echter niet een surrogaat-voorbede worden, die komt later in de dienst. Kyrie is korter, krachtiger, meer vanuit de diepte. Het verschil wordt weleens aangegeven door te zeggen dat je in een kyriegebed bidt ‘om’ (de nood van de wereld) en in een voorbede ‘voor’ (de wereld) – die laatste is dan uitgedrukt in specifieke intenties.

Om het kyriegebed extra lading te geven kan het samengaan met een korte stilte erna. Om zo als gemeente samen te verwijlen bij de noodkreet die net geklonken heeft. En om in gevoelens en gedachten solidair te zijn met waar de mensen en de mensheid lijden. Zo laat je de woorden van het kyrie even rustig neerdalen. Een andere vorm is korte, ingetogen instrumentale muziek. Soms zet de projectie van beelden uit de actualiteit het kyriegebed kracht bij, maar die kracht werkt alleen als het spaarzaam wordt ingezet en de actualiteit er werkelijk om vraagt.

Toch een lied?

Voor gemeenten die alleen gewend zijn aan strofische liederen, zijn er in het Liedboek ook liederen te vinden die met het smeekgebed instemmen zonder er gloria van te maken. Tijdens Advent, waarin we toeleven naar de ‘vrede op aarde’ waar de engelen in Betlehem over zongen, kan een lied om vrede goed passen, zoals lied 462. Ook in tijden waarin oorlog actueel is, is het goed denkbaar om te blijven zingen om vrede. In het Liedboek vinden we deze liederen onder de nummers 1008 tot en met 1013. Het laatste daarvan (1013) is in het bijzonder sterk op dit moment in de liturgie, omdat zij de komst van de vrede als een vraag laat staan. Het maakt indruk als je dat zo samen zingt. De oplossing blijft open – het ligt in Gods hand.

In de Veertigdagentijd is lied 561 over de verborgen liefde een goede suggestie na het gebed om ontferming. De pijn van de mensen wordt erin benoemd, waarin Christus met de wereld meelijdt. Nu is het kyriegebed altijd een roep tot Christus. Hij is de ‘kurios’ (Heer) die wordt aangeroepen – niet God de Vader (let daar ook op bij de aanhef van het gebed). Dat uitgangspunt maakt lied 995 iets minder geschikt, al past het thematisch wel. Of sluit aan bij de actualiteit. Als dat een vluchtelingencrisis betreft, past ook altijd lied 997, met als refrein: ‘Genade Heer, hoor ons gebed, zie deze wereld aan!’

bron komt van de PKN website

Ga naar de inhoud